New Orleans is een broeikas. Alles groeit en krioelt erin. Niets blijft stagneren. De muziek vibreert en leeft en de orkesten evolueren mee in hun wisselende bezettingen. Ook de Fondy Riverside Bullet Band is opgebloeid als een exotische bloem tussen de van eigen hitte trillende ovens van de Rupelstreek. De hier vermelde muzikanten spelen vast in het orkest. Hieronder vinden we hun foto's met een korte beschrijving. Eerst die van de twee "stamvaders" natuurlijk.



Camiel Van Breedam (trombone).
De eerste kennismaking met de (New Orleans)jazz is omstreeks 1955: op de jukebox staan platen van Kid Ory, Sidney Bechet en... Louis Armstrong, waarvan ik in 1958 het concert meemaak in Brussel! 
Bijna 10 jaar later -  ondertussen ben ik helemaal in beslag genomen door de beeldende kunst (realiseer o.m. enkele collages i.v.m. de jazz en Louis Armstrong) ga ik op voorstel van Johnny, samen met hem luisteren naar een concert van de "Cotton City". Dat is de vonk die ons aanzet tot zelf beginnen spelen. Wekelijkse repetities en wekelijkse bezoeken aan de Honky Tonk in Dendermonde resulteren in het ontstaan van de Fondy... en het stichten van de Jazzclub HET VEERHUIS.
Van dan af gaat het zeer snel: jaarlijkse bedevaarten naar New Orleans, waar we de New Orleanslegendes kunnen meemaken. Met Jim Robinson, Dede en Billie Pierce, Willie Humphrey, Cie Frasier e.a. beleven we het eerste grote concert op het New Orleans Jazzfestival in 1971. We krijgen ze allemaal te zien en te horen in New Orleans, maar ook bij ons in HET VEERHUIS begeleid door (meestal) de Cotton City. Nog later krijgen we zelf de kans om op te treden met Kid Sheik, Willie Humphrey, Kid Thomas, Louis Nelson, Sing Miller, Freddie Kohlman, Thomas Jefferson, Wallace Davenport en Alvin Alcorn en Jeanette Kimball (met deze 2 laatste nemen we een LP op).
Trombonist Jim Robinson, die naar mijn mening  de aangrijpendste toon en de volmaakte timing heeft sterft op 6 mei 1976. Ik vertrek naar New Orleans en mag meespelen op zijn  begrafenis. De dood van Jim is voor mij als het ware het einde van New Orleans als bedevaartplaats  -  AFRAID TO STAY HERE, AFRAID TO LEAVE THIS TOWN. Ons doel blijft de New Orleansmuziek levendig te houden.

 

Johnny Van Breedam (trompet en zang).
Geboren op 24-9-1945. Tijdens mijn jeugdjaren was ik fan van Ray Charles, Chuck Berry, Little Richard, Fats Domino. Blues, Rythm & Blues en Rock & Rollmuziek uit de sixties. Niet toevallig waren het allemaal zwarten die mij nadien, mede met mijn oudere broer via de roots van Leadbelly, leidden naar de muziek van Louis Armstrong en Kid Ory. Zij waren mijn eerste verzamelobjecten van de jazzmuziek.
Toevallig begon ik al eerder te spelen op een oude klaroen uit de volkse carnavalsfanfare waarvan mijn vader lid was. Een vrolijke bende met oude afgedankte muziekinstrumenten, waarvan er slechts één, een fameuze harmonie- en dansorkesttrompettist, de melodie speelde terwijl de rest zo luid en zo vals als mogelijk mee-toeterden.
Als 16-jarige werd ik reeds opgenomen in de groep en verwisselde al vlug de ventielloze klaroen voor een aftandse cornet en leerde zo, door naar de vingerzetting van de “leader” te kijken, stilaan op gevoel en gehoor dat instrument te bespelen. Drie leden van die groep waren in 1970 ook medestichters en muzikanten van de FRBB.
In 1971 werd een droom werkelijkheid, voor de eerste maal naar New Orleans. Jammer genoeg was dat ook het jaar waarin mijn idool “Satchmo” naar de eeuwige jachtvelden vertrok, gebeurtenissen die samen een ommekeer in mijn muziekleven brachten. Vanaf toen was ik voor eeuwig verknocht aan de New-Orleans muziek.

 

Eddy Sabbe (klarinet en sax).
Eddy Sabbe volgde een klassieke opleiding klarinet aan het conservatorium in zijn geboortestad Kortrijk.
Hij ontdekte op 30-jarige leeftijd de New Orleansmuziek.
Dit was de start van een schitterende muzikale loopbaan die begon met de oprichting, in 1975, van zijn eigen Marckriver Jazz Band in zijn woonplaats Hoogstraten.
Na een ‘bedevaart naar de bron’ in New Orleans, en na een kort ‘verblijf’ bij de gekende Fondy Riverside Bullet Band, is hij sinds 1982 de vaste rietblazer (ook tenorsax) van de legendarische Cotton City Jazz Band.
Eddy speelde met deze band, en met andere orkesten, op ontelbare podia in Europa, in Amerika en zelfs in Afrika.
Nu, per juni 2013 is hij weer terug bij zijn oude makkers  de Fondy en Het Veerhuis !!

 

Jos Koster (tenorbanjo).
Op mijn 12e jaar begon ik met gitaar spelen. Enige tijd daarna werd ik geïnspireerd door de klanken van een banjo in “little banjoboy” van Jan en Kjelt. Omdat toen bijna iedereen al gitaar speelde, ben ik overgestapt naar tenorbanjo. Op dat moment was de “Dutch Swing” een van mijn favoriete orkesten. Na een paar jaar was ik leider van dixieland band The Dutch Dixie Minders uit Oisterwijk (Nederland).
Op mijn 20e jaar kwam ik voor het eerst in contact met New Orleans muziek en werd meteen gegrepen door de melodieuze en ritmische manier van spelen van deze muziek. Muziek met zoveel passie en emotie was nieuw voor mij! Ik werd banjoïst bij de Storyville Jazzband uit Eindhoven en speelde daar regelmatig met o.a. Butch Thompson en Ken Colyer.
Na ongeveer 10 jaar stopte eerdergenoemd orkest en kwam ik in beeld bij de Fondy Riverside Bullet Band. Vanaf 1978 ben ik lid van de “Fondy”. Daar kreeg ik de gelegenheid om met veel oorspronkelijke New Orleans muzikanten te spelen. Inmiddels is België mijn 2e thuis geworden.

 

Philippe De Smet (drums).
Voor de kenners ook wel "smetse". Geboren in 1966 en opgegroeid in de omgeving van Gent. Bij mijn opvoeding zat een opleiding New Orleans Jazz inbegrepen. Alle ingrediënten hieromtrent werden mij door mijn vader (Jean Pierre De Smet) ingefluisterd.
Reeds op mijn 15e levensjaar begon ik als snare-drummer bij verschillende Belgische brassbands. Mijn eerste vaste band werd  "The Creole Memories Jazzband". Nu ben ik al vele jaren vast lid van de Fondy Riverside Bullet Band.

 

Annemiek Beex (piano).
Annemiek komt uit Breda en werd geïnspireerd door het luisteren naar oude New Orleans muziek van b.v. The Bell Gal Sweet Emma, The Preservation Hall Jazzband en uiteraard ook de vele opnames van George Lewis en Bunk Johnson en consorte.
Ze had de schone kunst snel onder de knie. Jarenlang is ze vaste pianiste geweest bij de David Livingstone Jazz Messengers o.l.v. Ad van Beerendonk (bas) en door vele (gast-)optredens in binnen- en buitenland is ze uitgegroeid tot een ervaren New Orleanspianiste.
Vanaf 17 januari j.l. 2009 is zij elke eerste en derde zaterdag van de maand te beluisteren in het Veerhuis.

 

Herman Sobrie (contrabas).
Ik heb de liefde voor muziek met de moedermelk binnen gekregen en dat mag gerust letterlijk genomen worden. Naar verluidt schoof mijn vader me bij thuiskomst uit het moederhuis meteen onder de knallende radio. Nu ja, dat zal wel opera geweest zijn, want jazz kwam er toen bij ons niet in, zo'n decadent lawaai. Gelukkig had ik een zonderlinge nonkel, jazz pianist bovendien. Als de familie samen kwam dan zaten hij en ik, klein menneke, boven samenzweerderig naar jazz plaatjes te luisteren en praatte hij honderduit over Louis Armstong, Duke Ellingon, Charlie Parker en wie nog meer. Toen al telde voor mij alleen nog Satchmo, weer die met zijn bierstem, zoals mijn moeder placht te kijven.
Ik vind zowat elk genre muziek nog altijd geweldig, maar toen ik als late twintiger voor het eerst de Cotton City Jazz Band bezig hoorde ging ik, net als Camiel en Johnny, helemaal onderuit voor New Orleans en de Preservation Hall. Enkele weken later belde mijn kapper aan met de vraag of ik contrabas wou spelen in zijn band. Ja natuurlijk, maar ik heb geen contrabas. Geeft niet, wij hebben er een. Van het een kwam het ander en vijf jaar later speelde ik verdorie zelf bij de Cotton.
Het was nota bene Karel Algoed die de band had verlaten om met Sammy Rimington te gaan toeren. In dat zelfde jaar 1983 vervoegden trouwens ook Guy Preckler, ex-Fondy, en Eddy Sabbe, nu Fondy, de band. De Fondy lijkt wel mijn lotsbestemming te zijn, maar mij hoort ge niet klagen. Voor mij blijft het de meest oorspronkelijke New Orleans band in de wijde contreien en een leutige bende met een lichte hoek af.